zondag 28 november 2010

Volle maan

Het is al lang verleden tijd… Vorige zaterdag trokken we voor het eerst het binnenland in. Met een busje vol enthousiaste Hollanders gingen we richting Ayu, ein läcker brokje natür aan de Surinamerivier. Nadat iedereen zijn hangmat een plaatsje had gegeven, kregen we een heerlijke BBQ voorgeschoteld: Viva bomma, pastaatjes met kip! Nadien was het de beurt aan DJ Kuiken om het beste van zichzelf te geven. De Surinaamse lucht werd net als dit blogbericht al snel gevuld met de beste Nederlandstalige klassiekers, onze magen met de beste (Borgoe-) colaatjes. Zelfs de Creolen hadden pret, als de Belgen sensueel voorbij marcheerden, ongegeneerd, dank u meneer (de dj). Slapen zat er voorlopig nog niet in: we werden getrakteerd op een paar luide knallen en enkele spetters vuurwerk. Aan de oevers klonk het al snel: “KEDENG KEDENG” en “oehoeh (mijn oren!)”. Duizend danspasjes later zochten we –’t is te zeggen: Marjolijn, Riet en Judith- verkoeling in de Surinamerivier. Wegens zwemverbod (wondjes aan de voeten zijn net iets té lekker voor piranha’s) nam Nelleke de functie in van fotograaf en dacht bij zichzelf: “Daar gaan ze.”. Op het strand lag een lege fles wijn en kledingstukken die van eender wie konden zijn. Een schemering, de muziek allesbehalve zacht, deze nacht had alles wat men van een nacht verwacht!

Moe maar voldaan kropen we in ons hangmatje, waar Randy ons een eerste nuttig mondje Sranan Tongo aanleerde: “Jyp mi, masquita djug mi!” (Help, de muggen hebben me gebeten!). Wie hierna de slaap nog steeds niet kon vatten, kon zich nog urenlang zoet houden met Surinaamse schaapjes (lees: muggenbeten) tellen. En toen kon het ruimte-innemend proces beginnen: vier hangmatten op twee vierkante meter is geen pretje om te slapen. Gevolg: volgende passage kon die nacht zeer letterlijk genomen worden. “Ik voel je adem (en je arm en je elleboog en je voet en je …) en zie je slaperige gezicht, je bent een wiebelaar die naast me ligt! Na een korte nacht kijk je me aan en rek je je uit. Eén keer in de zoveel tijd snurkt een nog slapende Hollander (te) luid.”

Dag twee van de Full Moonparty bestond uit luilekkeren en het hoofd koel houden in het Surinaamse water. Tot plots een penetrante geur onze reukorganen bereikte. We weten nog hoe Marjolijn zei: “Hé, lekker beest!”. Het bleek een sapacara met een dode geest. Onze hangmatten vonden weer rust in onze rugzak en wij vonden hetzelfde in ons busje richting Paramaribo.

Suriname, Suriname, wij zijn stapelgek op jou!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten